Ethanol op de werkvloer: hoe ga je om met hygiëne én gezondheidsrisico’s?

Ethanol op de werkvloer: hoe ga je om met hygiëne én gezondheidsrisico’s?

Ethanol wordt op veel werkplekken gebruikt als reinigings- of desinfectiemiddel, maar wordt deze ook beschreven in de RI&E gevaarlijke stoffen?

Vooral in omgevingen waar hygiëne een grote rol speelt, kan het gebruik ervan onderdeel zijn van vaste werkinstructies. Daar ontstaat een lastig spanningsveld. Aan de ene kant moet een organisatie voldoen aan strenge hygiëne-eisen. Aan de andere kant moet de werkgever voorkomen dat medewerkers onnodig of te vaak worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen.

Een RI&E gevaarlijke stoffen helpt om die afweging zorgvuldig te maken. Niet alleen door het gebruik van ethanol vast te leggen, maar vooral door te bepalen welke blootstelling plaatsvindt, welke risico’s daarbij horen en welke maatregelen nodig zijn.

Ethanol vraagt om aandacht binnen de RI&E gevaarlijke stoffen

Een desinfectiemiddel wordt vaak als een alledaags product gezien. Hierdoor wordt het risico nog weleens onderschat. Wanneer medewerkers een middel meerdere keren per dag gebruiken, is er sprake van herhaalde blootstelling.

Die blootstelling kan plaatsvinden via de huid of door het inademen van dampen. Hoe groot het risico is, hangt onder meer af van de samenstelling van het product, de gebruikte hoeveelheid, de frequentie van het gebruik en de ventilatie op de werkplek.

Werkgevers zijn verantwoordelijk voor het beheersen van gezondheids- en veiligheidsrisico’s op de werkvloer. Een RI&E brengt de risico’s van gevaarlijke stoffen systematisch in beeld en vormt de basis voor een Plan van Aanpak. Daarin worden maatregelen, verantwoordelijkheden en termijnen vastgelegd.

Het gebruik van ethanol op de werkvloer wordt daarom opgenomen in het RI&E gevaarlijke stoffen en het plan van aanpak. 

Het spanningsveld tussen hygiëne en veilig werken met ethanol

In sommige bedrijven schrijft een werkinstructie voor dat medewerkers ethanol moeten gebruiken. Tegelijkertijd kan diezelfde stof binnen het stoffenbeleid als gevaarlijk worden aangemerkt.

Dat betekent niet automatisch dat ieder gebruik moet worden gestopt. Het betekent wel dat een organisatie moet kunnen onderbouwen waarom ethanol wordt gebruikt, hoeveel blootstelling plaatsvindt en welke beheersmaatregelen zijn genomen.

De kernvraag is daarom niet alleen: werkt het middel goed tegen vervuiling of micro-organismen? De werkgever moet ook beoordelen of het middel veilig kan worden gebruikt onder de omstandigheden op de werkvloer.

Een praktische aanpak is hierbij essentieel: een organisatie heeft weinig aan een papieren beoordeling die niet aansluit op de dagelijkse werkzaamheden. De RI&E moet zichtbaar maken wat medewerkers daadwerkelijk doen, hoe vaak zij een middel gebruiken en welke alternatieven of maatregelen haalbaar zijn.

Ethanol opnemen in de inventarisatie van gevaarlijke stoffen

Een goede RI&E gevaarlijke stoffen begint met een volledig overzicht van de aanwezige chemische producten. Daar horen ook middelen bij die zo vertrouwd zijn geworden dat niemand ze nog als chemisch product beschouwt.

Denk aan handdesinfectiemiddelen, oppervlaktereinigers, ontvetters en schoonmaakproducten. Per product moet duidelijk zijn waarvoor het wordt gebruikt, door wie het wordt gebruikt en hoe vaak dit gebeurt.

Ook het veiligheidsinformatieblad speelt hierbij een belangrijke rol. Dit document bevat informatie over de gevaren, de samenstelling, veilig gebruik, opslag en maatregelen bij incidenten.

Alleen vastleggen dat ethanol aanwezig is, is niet voldoende. De werkgever moet ook beoordelen in welke situaties blootstelling kan ontstaan. Een medewerker die incidenteel een kleine hoeveelheid gebruikt, heeft een ander blootstellingsprofiel dan iemand die gedurende een volledige dienst herhaaldelijk desinfecteert.

opslag chemische veiligheid | RI&E gevaarlijke stoffen

Blootstelling aan ethanol beoordelen

De blootstelling moet zo praktisch mogelijk worden onderzocht. Daarbij gaat het niet alleen om theoretische aannames, maar om wat er werkelijk gebeurt tijdens het werk.

Observeer daarom de werkzaamheden en bespreek deze met medewerkers. Zij weten vaak precies op welke momenten een product wordt gebruikt, hoeveel ervan nodig is en welke problemen zij ervaren.

Let onder meer op de frequentie van het gebruik, de duur van de handeling, de hoeveelheid ethanol per toepassing, huidcontact, de kans op spatten en de ventilatie in de ruimte.

Ook klachten kunnen een signaal zijn. Denk aan een droge of geïrriteerde huid, hoofdpijn of irritatie van ogen en luchtwegen. Zulke signalen bewijzen niet direct dat ethanol de oorzaak is, maar zijn wel aanleiding om de werksituatie nader te onderzoeken.

Inrato inventariseert bij een RI&E gevaarlijke stoffen de huidige situatie en vertaalt de bevindingen naar een praktisch en werkbaar verbeterplan. Daarbij worden niet alleen de risico’s benoemd, maar ook concrete beheersmaatregelen vastgelegd.

Eerst onderzoeken of ethanol vervangen kan worden

Bij gevaarlijke stoffen heeft bronaanpak de voorkeur. Dat betekent dat eerst wordt onderzocht of het risico kan worden weggenomen of verminderd door een ander product of een andere werkwijze te gebruiken.

Mogelijk bestaan er alternatieve reinigings- of desinfectiemiddelen die voor de betreffende toepassing geschikt zijn en minder gezondheidsrisico’s opleveren. Een alternatief moet wel dezelfde noodzakelijke hygiënische werking bieden.

Substitutie vraagt daarom om samenwerking tussen meerdere disciplines. De afdeling kwaliteit of hygiëne beoordeelt of het alternatief voldoende effectief is. De veiligheidskundige of arbeidshygiënist beoordeelt de gezondheidsrisico’s. De medewerkers moeten vervolgens kunnen aangeven of het product praktisch toepasbaar is.

Een alternatief is pas echt geschikt wanneer het zowel veilig als effectief en werkbaar is.

Blootstelling beperken wanneer vervanging niet mogelijk is

Soms is het gebruik van ethanol noodzakelijk. In dat geval moet de organisatie de blootstelling zoveel mogelijk beperken.

Dat kan bijvoorbeeld door kritisch te kijken naar de hoeveelheid product per toepassing. Ook de frequentie verdient aandacht. Wordt ethanol gebruikt omdat dit echt nodig is, of omdat de werkinstructie nooit opnieuw is beoordeeld?

Ventilatie kan helpen wanneer dampen vrijkomen. Daarnaast kunnen doseersystemen voorkomen dat medewerkers meer product gebruiken dan noodzakelijk.

Werkplekinstructies moeten helder en uitvoerbaar zijn. Medewerkers moeten weten wanneer ethanol wel nodig is, wanneer niet en hoe zij het middel veilig gebruiken.

Persoonlijke beschermingsmiddelen kunnen aanvullend nodig zijn. Zij vormen echter niet automatisch de eerste of enige oplossing. Handschoenen moeten bijvoorbeeld geschikt zijn voor het product en voor de duur van het contact. Een verkeerd gekozen handschoen kan schijnveiligheid creëren.

De werkinstructie toetsen aan de praktijk

Een veelvoorkomend probleem is dat een werkinstructie vooral gericht is op hygiëne, zonder dat de chemische risico’s voldoende zijn meegenomen.

Daarom moeten werkinstructies periodiek worden getoetst. Klopt de voorgeschreven methode nog? Is het gebruikte product nog steeds de beste keuze? Zijn de medewerkers voldoende geïnstrueerd? En sluiten de maatregelen aan op de dagelijkse praktijk?

Een goede instructie legt niet alleen uit wat medewerkers moeten doen, maar ook waarom. Dat vergroot het bewustzijn en verkleint de kans dat medewerkers uit gewoonte te veel product gebruiken.

Inrato ondersteunt organisaties onder meer bij de toetsing van werkinstructies, de inventarisatie van gevaarlijke stoffen en het beoordelen van blootstelling.

Medewerkers betrekken bij de RI&E gevaarlijke stoffen

Medewerkers beschikken over waardevolle praktijkkennis. Zij zien waar instructies niet werken, wanneer dispensers lekken, waar ventilatie ontbreekt en welke handelingen in de praktijk anders worden uitgevoerd dan op papier staat.

Door medewerkers actief te betrekken, wordt de RI&E realistischer. Bovendien neemt de acceptatie van maatregelen toe wanneer medewerkers begrijpen waarom deze worden ingevoerd.

Voorlichting moet verder gaan dan een eenmalige instructie. Herhaling blijft nodig, zeker wanneer producten, werkprocessen of medewerkers veranderen.

Bespreek daarom regelmatig de risico’s van gevaarlijke stoffen, de uitkomsten van de RI&E en de afspraken uit het Plan van Aanpak.

Van risicoanalyse naar een werkbaar Plan van Aanpak

De RI&E is pas waardevol wanneer de bevindingen worden omgezet in acties. In het Plan van Aanpak staat welke maatregelen worden genomen, wie verantwoordelijk is en binnen welke termijn de maatregel moet zijn uitgevoerd.

Realistische doelen en duidelijke verantwoordelijkheden zijn belangrijk. Veelvoorkomende valkuilen zijn onvoldoende opvolging, onduidelijke communicatie en het onderschatten van de benodigde tijd en middelen.

Voor ethanol kan een Plan van Aanpak bijvoorbeeld bestaan uit het actualiseren van de stoffenlijst, het beoordelen van veiligheidsinformatiebladen, het onderzoeken van alternatieven, het aanpassen van werkinstructies en het verbeteren van ventilatie of dosering.

Vervolgens moet worden gecontroleerd of de maatregelen daadwerkelijk effect hebben. Een RI&E gevaarlijke stoffen is daarom geen eenmalige exercitie, maar onderdeel van continu veiligheidsbeheer.

Wanneer is externe ondersteuning verstandig?

Externe ondersteuning is vooral waardevol wanneer de organisatie onvoldoende kennis heeft om de blootstelling te beoordelen, wanneer medewerkers vaak met ethanol werken of wanneer onduidelijkheid bestaat over de juiste beheersmaatregelen.

Ook bij tegenstrijdige eisen kan deskundige begeleiding helpen. Denk aan een situatie waarin een hygiëneprotocol ethanol voorschrijft, terwijl de veiligheidsbeoordeling vraagt om vermindering van blootstelling.

Een onafhankelijke beoordeling voorkomt bedrijfsblindheid en helpt om risico’s objectief te beoordelen. Inrato combineert kennis van gevaarlijke stoffen, RI&E, werkinstructies en praktische beheersmaatregelen. Daardoor ontstaat geen theoretisch rapport, maar een aanpak waarmee werkgevers en leidinggevenden direct verder kunnen.

RI&E gevaarlijke stoffen als basis voor gezonde én hygiënische werkplekken

Hygiëne en gezondheid hoeven elkaar niet uit te sluiten. De juiste aanpak begint met inzicht in het werkelijke gebruik van ethanol.

Inventariseer welke producten aanwezig zijn, beoordeel de blootstelling en onderzoek of vervanging mogelijk is. Leg vervolgens passende technische, organisatorische en persoonlijke maatregelen vast in het Plan van Aanpak.

Zo ontstaat een werkplek waar hygiënevoorschriften worden nageleefd zonder dat de gezondheid van medewerkers uit beeld raakt.

Wil je weten of het gebruik van ethanol binnen jouw organisatie voldoende is beoordeeld? Laat dan een RI&E gevaarlijke stoffen uitvoeren en vertaal de uitkomsten naar een praktisch verbeterplan.

Maak gelijk een afspraak met Inrato

Veelgestelde vragen over ethanol en de RI&E gevaarlijke stoffen

Ja, wanneer ethanolhoudende producten op de werkvloer worden gebruikt, moet worden beoordeeld welke risico’s en blootstellingsmomenten daarbij horen.

Het risico hangt af van de samenstelling van het product, de hoeveelheid, de frequentie van gebruik, de blootstellingsroute en de omstandigheden op de werkplek.

Breng in kaart wie het product gebruikt, hoe vaak dit gebeurt, hoeveel product per keer wordt gebruikt en of sprake is van huidcontact of blootstelling aan dampen.

Nee. Eerst moet worden onderzocht of een geschikt en minder belastend alternatief beschikbaar is. Het alternatief moet ook voldoen aan de vereiste hygiëne-eisen.

Denk aan substitutie, een lagere gebruiksfrequentie, betere dosering, voldoende ventilatie, duidelijke werkplekinstructies en geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen.

Het veiligheidsinformatieblad geeft informatie over de gevaren, veilig gebruik, opslag, persoonlijke bescherming en maatregelen bij incidenten.

De beoordeling moet worden aangepast wanneer producten, processen, hoeveelheden, werkwijzen of blootstellingsomstandigheden veranderen.

Medewerkers kennen de dagelijkse praktijk en kunnen aangeven waar instructies niet aansluiten, welke blootstelling voorkomt en welke maatregelen werkbaar zijn.

De RI&E geeft inzicht in risico’s, ondersteunt naleving van verplichtingen en helpt om gezondheidsklachten, incidenten en onnodige blootstelling te voorkomen.