De grootste misverstanden over RI&E, onderschatte fouten en wat wél werkt

misverstanden RI&E

Een RI&E wordt binnen veel organisaties nog vooral gezien als een verplichting voor de inspectie. Hierdoor wordt het behandelt als een document voor de administratie, een verplicht onderdeel van het arbobeleid of een rapport dat na afronding in een map verdwijnt, maar juist daar ontstaat een van de grootste misverstanden over de RI&E: een goede Risico-Inventarisatie & Evaluatie is namelijk geen eindproduct. Het is het begin van structureel risicobeheer. Zeker in organisaties waar dagelijks met machines, arbeidsmiddelen of gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, kan het verschil tussen een oppervlakkige RI&E en een praktische RI&E groot zijn.

Op welke misverstanden moet je alert zijn? Lees het in deze blog!

Misverstand 1 – een RI&E is vooral een wettelijke verplichting

Dat een RI&E verplicht is, betekent niet dat dit ook de belangrijkste reden moet zijn om ermee aan de slag te gaan.

De Arbowet verplicht werkgevers om risico’s rondom veiligheid, gezondheid en welzijn op het werk te inventariseren en te evalueren. Daarbij hoort ook een Plan van Aanpak waarin staat hoe geconstateerde risico’s worden beheerst of teruggedrongen.

Maar een RI&E die uitsluitend wordt uitgevoerd om aan die verplichting te voldoen, mist een belangrijk deel van zijn waarde.

Een goede RI&E maakt zichtbaar waar risico’s daadwerkelijk ontstaan en waar verbeteringen mogelijk zijn. Bij machines kan dat bijvoorbeeld gaan om slijtage, beveiligingen die niet meer goed functioneren, onvoldoende onderhoud of risico’s tijdens bediening en onderhoud.

Wanneer deze problemen vroeg worden ontdekt, kunnen maatregelen worden genomen voordat ze leiden tot een ongeval, machinestilstand of kostbare reparatie. Daarmee verandert de RI&E van een verplicht document in een praktisch stuurmiddel.

Misverstand 2 – als een machine een CE-markering heeft, is de RI&E geregeld

Een CE-markering en een RI&E hebben met elkaar te maken, maar zijn niet hetzelfde.

Machines die binnen de Europese Economische Ruimte worden gebruikt, moeten waar van toepassing voldoen aan eisen rondom machineveiligheid en CE-markering. Dat betekent echter niet automatisch dat alle risico’s binnen de dagelijkse werksituatie zijn afgedekt. De praktijk verandert namelijk.

Machines slijten. Beveiligingen worden aangepast. Productieprocessen veranderen. Medewerkers ontwikkelen andere werkwijzen. Machines kunnen bovendien worden verbouwd of gecombineerd met andere installaties.

Een RI&E kijkt daarom niet alleen naar wat een machine volgens de documentatie zou moeten doen, maar juist naar het daadwerkelijke gebruik binnen de organisatie. Dat verschil is belangrijk.

Een technisch correcte machine kan in een verkeerde toepassing of bij verkeerd gebruik alsnog een serieus risico vormen.

Misverstand 3 – als er nooit iets is gebeurd, zal het risico wel meevallen

Dit is misschien wel een van de gevaarlijkste aannames.

Een situatie wordt niet veilig doordat er jarenlang geen ongeval heeft plaatsgevonden. Het kan ook betekenen dat het tot nu toe goed is gegaan.

Binnen bedrijven ontstaat gemakkelijk bedrijfsblindheid. Medewerkers raken gewend aan bepaalde situaties en afwijkingen worden onderdeel van het dagelijkse werk.

Een afscherming die regelmatig wordt verwijderd. Een beveiliging die soms wordt overbrugd. Een machine die alleen op een bepaalde manier goed te bedienen is. Een onderhoudshandeling waarbij iemand dicht bij bewegende onderdelen moet komen. Hoe langer zo’n situatie bestaat, hoe normaler deze kan gaan voelen.

Juist daarom is een objectieve beoordeling waardevol. Inrato benoemt in zijn documentatie expliciet het risico van bedrijfsblindheid en het principe van de ‘slager die zijn eigen vlees keurt’. Een onafhankelijke blik kan gevaren zichtbaar maken die intern al lang als normaal worden beschouwd.

Misverstand 4 – de grootste risico’s zijn altijd direct zichtbaar

Bij machineveiligheid denken veel mensen direct aan bewegende delen, scherpe onderdelen of een ontbrekende afscherming. Maar juist minder opvallende risico’s worden gemakkelijk onderschat.

Slijtage en veroudering van beveiligingssystemen zijn daar voorbeelden van. Hetzelfde geldt voor onvoldoende periodieke controles, achterstallig onderhoud en ergonomische belasting tijdens bediening of onderhoud.

Ook kennis speelt een belangrijke rol. Een technisch goede veiligheidsvoorziening heeft weinig waarde wanneer medewerkers niet weten hoe zij een machine veilig moeten bedienen of waarom bepaalde procedures gevolgd moeten worden.

Een RI&E moet daarom verder kijken dan alleen de machine zelf. Ook gebruik, onderhoud, blootstelling aan gevaren, werkinstructies en gedrag op de werkvloer moeten worden meegenomen.

Misverstand 5 – medewerkers hoeven niet betrokken te worden bij de RI&E

Wie dagelijks met een machine werkt, ziet vaak andere dingen dan iemand die er incidenteel naar kijkt.

Medewerkers weten bijvoorbeeld welke storing regelmatig voorkomt, welke handeling lastig uitvoerbaar is of op welk moment een beveiliging als hinderlijk wordt ervaren.

Dat betekent niet dat medewerkers zelf de volledige risicobeoordeling moeten uitvoeren. Voor een goede beoordeling is deskundigheid nodig. Hun praktijkervaring vormt echter wel belangrijke input.

In een praktische RI&E worden technische kennis en dagelijkse ervaring daarom gecombineerd. Daardoor ontstaat een realistischer beeld van wat er daadwerkelijk op de werkvloer gebeurt.

Misverstand 6 – het rapport is het belangrijkste resultaat

Een RI&E zonder opvolging verandert weinig. De echte waarde ontstaat pas wanneer geconstateerde risico’s worden vertaald naar concrete maatregelen. Daarvoor is het Plan van Aanpak essentieel.

Een effectief Plan van Aanpak beschrijft niet alleen wat er moet veranderen, maar ook wie daarvoor verantwoordelijk is en binnen welke termijn een maatregel moet worden uitgevoerd.

Een veelgemaakte fout is dat maatregelen te algemeen blijven. Een formulering als “machine veiliger maken” geeft onvoldoende richting. Een maatregel moet praktisch uitvoerbaar zijn.

Denk bijvoorbeeld aan het aanpassen van een beveiliging, het invoeren van een periodieke controle, het actualiseren van een werkinstructie of het verbeteren van training voor medewerkers.

Daarna moet worden gecontroleerd of de maatregel daadwerkelijk is uitgevoerd en of het risico voldoende is teruggebracht.

Waarom een Plan van Aanpak soms alsnog niet werkt

Zelfs wanneer een Plan van Aanpak aanwezig is, kunnen risico’s blijven bestaan.

Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer termijnen niet realistisch zijn, verantwoordelijkheden niet duidelijk worden vastgelegd of maatregelen na verloop van tijd uit beeld raken.

Ook onvoldoende interne communicatie kan ervoor zorgen dat verbeteringen vertragen.

Een goed Plan van Aanpak moet daarom onderdeel zijn van het normale veiligheidsbeheer. Voortgang moet regelmatig worden bekeken en medewerkers moeten weten welke veranderingen plaatsvinden en waarom.

Een RI&E is daarmee geen momentopname die eens in de zoveel tijd opnieuw uit de kast wordt gehaald; het is een proces.

RI&E bij machines: kijk verder dan de normale productie

Een machine beoordelen terwijl deze probleemloos produceert, vertelt maar een deel van het verhaal. Juist buiten de normale productie kunnen belangrijke risico’s ontstaan. Denk aan onderhoud, reiniging, storingen, omstellen of aanpassingen aan een installatie. Tijdens zulke werkzaamheden kunnen medewerkers dichter bij gevaarlijke machineonderdelen komen of handelingen uitvoeren die tijdens normale productie niet voorkomen.

Daarom moet bij een RI&E voor machines worden gekeken naar gebruik, onderhoud en mogelijke blootstelling aan risico’s gedurende verschillende werkzaamheden.

De nieuwe Europese Machineverordening onderstreept bovendien het belang van veiligheid gedurende de levenscyclus van machines, inclusief onderhoud en modificaties.

machine - grootste misverstanden RI&E

Wat werkt wél bij een goede RI&E?

Een effectieve RI&E begint met een volledig beeld van de praktijk.

Welke machines en installaties zijn aanwezig? Hoe worden ze gebruikt? Welke werkzaamheden worden uitgevoerd? Welke beveiligingen zijn aanwezig en functioneren die nog zoals bedoeld? Vervolgens moeten risico’s deskundig worden beoordeeld.

Daarbij is het belangrijk om niet alleen naar duidelijke technische gevaren te kijken. Ook onderhoud, ergonomie, instructies, kennis van medewerkers en veranderingen aan machines verdienen aandacht.

Daarna begint het belangrijkste deel: risico’s beheersbaar maken. Maatregelen moeten concreet, haalbaar en controleerbaar worden vastgelegd in het Plan van Aanpak. Vervolgens moet worden gevolgd of deze maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd.

Dat maakt van de RI&E een levend veiligheidsinstrument.

Een goede RI&E kan ook economisch rendement opleveren

Veiligheid en rendement worden soms als twee verschillende onderwerpen behandeld. In de praktijk kunnen ze juist sterk met elkaar samenhangen.

In de Inrato-documentatie wordt een voorbeeld beschreven van een metaalbewerkingsbedrijf waar een RI&E hielp om problemen eerder te signaleren. Preventief handelen leidde daar tot minder machine-uitval en lagere onderhoudskosten.

Een ander beschreven voorbeeld betreft een voedingsmiddelenproducent waar gerichte verbeteringen na een RI&E het aantal bedrijfsongevallen sterk terugbrachten. Dat had ook gevolgen voor ziekteverzuim, productiviteit en werktevredenheid. Het principe daarachter is logisch: risico’s die vroeg worden herkend, kunnen vaak worden aangepakt voordat ze leiden tot grotere problemen.

Van risico inventariseren naar risico beheersen

Het grootste misverstand over de RI&E is uiteindelijk misschien wel dat inventariseren voldoende zou zijn. Dat is niet zo; weten dat een risico bestaat, maakt een werksituatie nog niet veiliger.

Een RI&E krijgt pas waarde wanneer observaties leiden tot maatregelen, maatregelen worden uitgevoerd en vervolgens wordt gecontroleerd of het risico daadwerkelijk voldoende is teruggebracht. Daar hoort ook bij dat opnieuw wordt gekeken wanneer omstandigheden veranderen.

Een aangepaste machine, een nieuw productieproces, andere stoffen of nieuwe werkzaamheden kunnen immers nieuwe risico’s introduceren.

Juist daar ligt de praktische waarde van veiligheidsmanagement: niet alleen risico’s constateren, maar zorgen dat veiligheidsmaatregelen in de dagelijkse praktijk uitvoerbaar en beheersbaar blijven.

RI&E als praktisch onderdeel van machineveiligheid

Een goede RI&E helpt organisaties om verder te kijken dan zichtbare gebreken of formele verplichtingen. Het brengt risico’s in beeld, maakt prioriteiten duidelijk en vormt de basis voor concrete verbetermaatregelen.

Voor machines betekent dat onder meer aandacht voor beveiligingen, slijtage, onderhoud, bediening, instructies en wijzigingen gedurende de levensduur van een installatie.

Wie de RI&E op die manier gebruikt, krijgt meer dan een rapport.

Er ontstaat inzicht waarmee gericht kan worden gewerkt aan arbeidsveiligheid, betrouwbare machines en een organisatie waarin risico’s structureel worden beheerst.

Inrato voert risico-inventarisaties en risicobeoordelingen uit op het gebied van onder andere machines, arbeidsmiddelen en gevaarlijke stoffen en vertaalt de bevindingen naar praktische verbetermaatregelen en een Plan van Aanpak.

Neem contact op met Inrato

Veelgestelde vragen over RI&E

RI&E staat voor Risico-Inventarisatie & Evaluatie. Hiermee worden risico’s rondom veiligheid, gezondheid en welzijn binnen een organisatie geïnventariseerd en beoordeeld. Op basis daarvan kunnen passende maatregelen worden vastgesteld.

Werkgevers zijn volgens de Arbowet verplicht om risico’s op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn op de werkvloer in kaart te brengen. Bij de RI&E hoort ook een Plan van Aanpak.

Bij een RI&E voor machines worden de risico’s van aanwezige machines en installaties onderzocht. Daarbij wordt onder andere gekeken naar gebruik, onderhoud, mogelijke gevaren, beveiligingen en blootstelling van medewerkers aan risico’s.

Nee. Een CE-markering heeft betrekking op de conformiteit van een machine met de toepasselijke eisen. Een RI&E kijkt naar risico’s binnen de daadwerkelijke werksituatie en het gebruik van machines binnen een organisatie.

Voorbeelden zijn slijtage van beveiligingssystemen, onvoldoende controles en onderhoud, ergonomische risico’s en onvoldoende kennis of instructie bij medewerkers.

Medewerkers hebben praktijkervaring met machines en processen. Daardoor kunnen zij informatie geven over situaties, handelingen en problemen die bij een technische beoordeling niet altijd direct zichtbaar zijn.

In het Plan van Aanpak worden maatregelen opgenomen om geconstateerde risico’s te beheersen of terug te dringen. Daarbij zijn duidelijke verantwoordelijkheden, haalbare termijnen en opvolging belangrijk.

De RI&E moet aansluiten bij de actuele werksituatie. Wanneer machines, processen, werkzaamheden of andere omstandigheden veranderen, moet worden bekeken of de bestaande risicobeoordeling nog voldoende actueel is.

Een goede RI&E kan helpen problemen vroeg te herkennen. Daardoor kunnen bijvoorbeeld ongeplande machinestilstand, reparaties, ongevallen en ziekteverzuim worden beperkt.

Binnen organisaties kan bedrijfsblindheid ontstaan. Situaties die al lang bestaan, worden daardoor soms als normaal beschouwd. Een onafhankelijke beoordeling kan helpen om zulke risico’s alsnog zichtbaar te maken.

This entry was posted in RI&E and tagged .