RI&E voor machines: 10 vragen aan Leendert Jan IJspeert

RI&E voor machines

“Een goede RI&E voor machines is geen verplicht vinkje, maar een stuurinstrument om risico’s te verlagen, stilstand te voorkomen en rendement te verhogen” weet expert Leendert Jan IJspeert.

Aan de hand van tien gerichte vragen deelt Leendert Jan zijn werkwijze, rekent hij af met misvattingen over RI&E en geeft hij praktische tips waarmee jij en je organisatie goed voorbereid zijn op de veranderingen die gaan komen.

„Ik zie vaak dat bedrijven pas in actie komen na een ongeval of na een bezoek van de Arbeidsinspectie.”

1. Wat is volgens jou de grootste misvatting die bedrijven hebben over een RI&E voor machines?

Leendert Jan:
De grootste misvatting is dat een RI&E maar een papiertje voor de inspectie is, die vooral tijd en geld kost. Terwijl het in de praktijk precies andersom werkt.
Een goede RI&E voor machines is een stuurinstrument: je ontdekt waar je onnodige risico’s loopt, waar je stilstand kunt voorkomen en waar je met relatief kleine maatregelen grote verbeteringen kunt realiseren. Ik zie vaak dat bedrijven pas in actie komen na een ongeval of na een bezoek van de Arbeidsinspectie.
Dan loop je achter de feiten aan. Zie de RI&E als een investering in continuïteit, niet als een verplicht nummer.

2. Wanneer weet een organisatie dat het echt tijd is om de RI&E (opnieuw) onder de loep te nemen?

Leendert Jan:
Formeel is een RI&E nooit ‘klaar’; het is een levend document. Maar er zijn een paar duidelijke momenten waarop je wéét dat je opnieuw moet kijken:

• als er nieuwe machines of productielijnen bij komen;
• als bestaande machines verplaatst of aangepast worden;
• na een (bijna-)ongeval of opvallend incident;
• als relevante wetgeving verandert, zoals nu met de nieuwe Europese Machineverordening (EU 2023/1230);
• als je processen aantoonbaar zijn veranderd (ander product, andere snelheid, andere bezetting).

Mijn vuistregel: als er in je productie ‘echt iets verandert’, hoort je RI&E mee te veranderen. Wacht je te lang, dan werk je met een papieren werkelijkheid die niet meer past bij de vloer.

3. Welke fouten kom je het meest tegen in bestaande machineparken, als het gaat om machineveiligheid?

Leendert Jan:
Een paar patronen zie ik telkens terug:

Niet juist toegepaste beveiligingenlichtschermen, noodstoppen, afschermingen waarmee het niet werkbaar is zijn inmiddels zijn omzeild of gedemonteerd.
Geen of te weinig periodieke controlesmen vertrouwt op ‘het gaat al jaren goed’, tot het misgaat.
Onderschatte ergonomische risico’s – bediening en onderhoud worden soms op een manier gedaan die fysiek zwaar of onhandig is, met een hoger kans op fouten en letsel tot gevolg.
Onvoldoende kennis en training – operators krijgen wel uitleg, maar geen echte instructie over risico’s en veiligheidsvoorschriften. Het vastleggen van instructies, zodat die geraadpleegd kunnen worden, is ook een stap die vaak wordt overgeslagen.

Je ziet deze punten ook terug in de cijfers: ongeveer 25% van alle arbeidsongevallen komt doordat machines niet goed beveiligd zijn. Dat is precies waar wij het verschil willen maken.

4. Wat verandert er voor bedrijven door de komst van de nieuwe Europese Machineverordening? Hoe kunnen bedrijven zich nu al voorsorteren?

Leendert Jan:
De nieuwe machineverordening is geen cosmetische aanpassing, maar een echte aanscherping.
In het kort:

• Meer soorten machines vallen er onder, ook nieuwe technologieën, zoals AI-toepassingen en cyberveiligheid, komen nadrukkelijk in beeld.
• Verantwoordelijkheden worden scherper; niet alleen fabrikanten, maar ook importeurs, distributeurs en gebruikers krijgen duidelijkere plichten, vooral rond documentatie en traceerbaarheid.
• Strengere eisen aan risicobeoordeling en CE-markering, meer machines zullen verplicht langs een Notified Body moeten, en de onderbouwing van je CE wordt belangrijker.

Waar je nu al op kunt voorsorteren? Zorg dat je machine-RI&E en je technische documentatie op orde zijn. Zorg ook dat je weet welke machines straks onder de nieuwe regels vallen. Dan voorkom je verrassingen en ben je goed voorbereid.

5. Hoe pak jij een RI&E-traject in de praktijk aan, van eerste inventarisatie tot concreet Plan van Aanpak?

Leendert Jan:
Wij werken altijd volgens een vaste lijn, maar wél praktisch:

1. Inventarisatie; we brengen alle machines en installaties in kaart. We kijken naar het gebruik door alle relevante doelgroepen zoals operators, schoonmaakpersoneel, en onderhoudsmedewerkers.
2. Risicobeoordeling op locatie; per arbeidsmiddel of machine kijken we naar gevaren, blootstelling, kans en effect. Dit doen we als expert, maar mét input van operators en onderhoudsmonteurs, want zij kennen de specifieke eigenschappen. Vaak levert een overleg en korte uitleg een werkbare verbetering van de veiligheid op, waarbij het ook werkbaar blijft.
3. Bevindingen structureren; alle risico’s worden vastgelegd in een helder overzicht met foto’s, zodat duidelijk is om welke machine of machinegedeelte het gaat.
4. Plan van Aanpak; per risico bepalen we maatregelen, prioriteit, termijnen en verantwoordelijken.

Belangrijk voor mij is dat het geen ‘rapport in de la’ wordt. Daarom zorgen we dat het Plan van Aanpak haalbaar en uitvoerbaar is. Geen honderd maatregelen die niemand ooit gaat oppakken, maar duidelijke stappen die echt verschil maken.

6. Kun je een voorbeeld delen waarbij een goede RI&E niet alleen veiliger, maar ook efficiënter werken opleverde?

Leendert Jan:
Ja, meerdere zelfs. In ons whitepaper noemen we bijvoorbeeld:
 
• een kuntstofbewerker die dankzij de RI&E over is gegaan op een ander soort machinebeveiliging, waardoor men minder hoef te om te lopen. Hierdoor steeg de productie en werden beveiligingen niet meer omzeilt.
• een visverwerker waar de RI&E leidde tot gerichte verbeteringen in veiligheid en vermindering van de menselijk belasting, door de afvoer van zware afvalbakken via een zwaartekracht rollenbaan te laten lopen. Dat zorgde voor minder verzuim, een hogere productiviteit én werktevredenheid.

Dat laat goed zien wat ik vaak zeg: een RI&E is geen kostenpost, maar een manier om risico’s te verlagen en rendement te verhogen

7. Welke rol spelen veiligheidscomponenten zoals lichtschermen, scanners en noodstoppen binnen een RI&E voor machines?

Leendert Jan:
Veiligheidscomponenten zijn nooit het startpunt, maar ze zijn wel vaak nodig als beheersmaatregel in de praktijk.
In de RI&E bepalen we eerst: wat zijn de risico’s, waar kunnen mensen in aanraking komen met bewegende delen, welke scenario’s zijn reëel? Daarna kiezen we passende maatregelen: bronaanpak, beveiliging zoals lichtschermen, machine afscherming, veiligheidsmatten, lijsten, noodstoppen, veilige besturing enzovoort.
De kunst is om de wettelijke eisen en de risicobeoordeling te koppelen aan de juiste componenten. Op die manier krijg je oplossingen die zowel veilig zijn als praktisch in het dagelijkse werk. En dat is precies waar wij ons in specialiseren.

8. Hoe zorg je ervoor dat zowel directie als operators zich eigenaar voelen van machineveiligheid en niet alleen ‘moeten voldoen aan de regels’?

Leendert Jan:
Eigenaarschap begint bij bewustzijn. In onze trajecten doen we drie dingen:

• We maken de risico’s zichtbaar, niet abstract, maar heel concreet per machine en taak. ‘Wat kan hier gebeuren, en wat betekent dat voor jouw mensen?’
• We doorbreken bedrijfsblindheid, als buitenstaander zien we dingen die intern ‘normaal’ zijn geworden. We benoemen dat, maar wel op een praktische manier en gericht op oplossingen.
• We betrekken medewerkers actief, operators en monteurs leveren input tijdens de RI&E en herkennen zich daardoor in de uitkomsten. Er is daardoor direct draagvlak en dat is van groot belang.

Voor directie is vaak het argument van continuïteit, aansprakelijkheid en boetes heel concreet. Voor medewerkers gaat het om veilig thuiskomen en prettig kunnen werken. Als je beide perspectieven meeneemt, wordt veiligheid iets van iedereen, niet alleen van ‘de regels’.

9. Wat adviseer je bedrijven die denken: “We hebben het druk, we hebben nu geen tijd voor een RI&E”?

Leendert Jan:
Dan stel ik meestal een tegenvraag: heb je wél tijd voor stilstand, ongevallen en personeelsverloop?
We zien organisaties die zonder moeite duizenden euro’s uitgeven aan wervingsbureaus, maar huiverig zijn om te investeren in een betere en veiligere werkomgeving. Terwijl een goede RI&E en gerichte maatregelen juist helpen om mensen gezond en gemotiveerd te houden, en dat is in de huidige arbeidsmarkt goud waard.
Daarnaast: een RI&E hoeft geen ‘mega-project’ te zijn. Je kunt prima beginnen met de grootste risico’s, de meest kritische machines, en van daaruit verder bouwen. Liever vandaag een goede eerste stap dan over twee jaar een perfecte, maar te late stap.

10. Als je één tip mocht geven aan ondernemers die hun machineveiligheid structureel willen verbeteren, welke zou dat zijn?

Leendert Jan:
Zie machineveiligheid, en dus je RI&E, als onderdeel van je bedrijfsstrategie, niet als bijzaak.
Als je veiligheid benadert als ‘Van risico naar rendement’, dan ga je andere keuzes maken: je kijkt niet alleen naar wat minimaal moet, maar naar wat je oplevert in minder stilstand, lager verzuim, hogere productiviteit en behoud van goed personeel.
En mijn heel praktische tip: wacht niet op een ongeluk of een boete. Dan is er geen tijd meer om tot een geteste en werkbare aanpassing te komen. Laat je machine-RI&E kritisch én onafhankelijk tegen het licht houden. Dat geeft vaak verrassend veel aanknopingspunten om snel én slim te verbeteren.

Wil je n.a.v. dit interview meer te weten komen over de veiligheid in jóuw bedrijf? Neem dan gratis en vrijblijvend contact op met Inrato: 085 27 36 750 of stuur een email.