Gevaarlijke stoffen op de werkvloer zijn lang niet altijd direct zichtbaar als veiligheidsprobleem. Een draaiend machineonderdeel, een openstaande beveiliging of een obstakel in een looproute valt veel sneller op dan onduidelijk of onjuist gebruik van chemische middelen. Medewerkers kunnen dagelijks met een product werken zonder dat duidelijk is hoe vaak zij worden blootgesteld, via welke route dat gebeurt en welke gevolgen langdurige blootstelling kan hebben.
Voor wie denkt dat het risico beheerst wordt door het veiligheidsinformatieblad in de kast heeft het mis. En ook wanneer medewerkers weten welke producten worden gebruikt, betekent dit nog niet automatisch dat bekend is welk risico medewerkers tijdens hun werkzaamheden lopen.
Hoe je de risico’s wél goed in kaart brengt lees je hier!
Gevaarlijke stoffen op de werkvloer: inventariseren is pas het begin
Natuurlijk begint alles bij weten welke gevaarlijke stoffen binnen de organisatie aanwezig zijn; de inventarisatie!
En hoewel binnen de chemische veiligheid inventarisatie, toetsing aan wet- en regelgeving en het nemen van passende beheersmaatregelen een belangrijke rol spelen, is alleen het opstellen van een stoffenlijst niet voldoende.
De volgende vraag is veel belangrijker: wat gebeurt er in de praktijk met die stoffen?
Een medewerker kan een stof bijvoorbeeld meerdere keren per dag gebruiken. Een product kan worden verspoten, gemengd, overgeschonken of verwerkt in een ruimte waar onvoldoende ventilatie aanwezig is. Door het verschil in gebruik kan de feitelijke blootstelling heel anders zijn dan iemand op basis van alleen de productinformatie verwacht.Bij het maken van een goede analyse verbinden we daarom de aanwezige gevaarlijke stof ook aan de dagelijkse werkzaamheden van medewerkers.
Dagelijkse blootstelling wordt gemakkelijk onderschat
Een handeling die al jaren op dezelfde manier wordt uitgevoerd, voelt al snel normaal. Dat betekent niet automatisch dat de situatie ook voldoende beheerst is.
In een productieomgeving kunnen medewerkers bijvoorbeeld dagelijks met reinigingsmiddelen, oplosmiddelen, verfproducten of andere chemicaliën werken. Wanneer niemand expliciet onderzoekt hoe vaak en op welke manier medewerkers daarmee in aanraking komen, kan blootstelling onderdeel worden van de routine.
Een concreet voorbeeld is ethanol. Ethanol kan voorkomen in middelen die medewerkers meerdere keren per dag gebruiken. Daardoor is niet alleen relevant dát het middel aanwezig is, maar ook hoe vaak iemand ermee werkt en op welke manier blootstelling plaatsvindt. Dat maakt blootstelling aan gevaarlijke stoffen een ander veiligheidsvraagstuk dan alleen opslag of registratie.
Van stoffenregister naar werkelijke blootstelling
Een bedrijf kan de administratief op het eerste gezicht piekfijn op orde hebben, maar toch onvoldoende zicht hebben op de werkelijke situatie op de werkvloer. Daarom moet een beoordeling van gevaarlijke stoffen verder gaan dan alleen de vraag welke producten aanwezig zijn. De werkzaamheden, gebruiksfrequentie, werkmethoden, ventilatie en mogelijke beschermingsmaatregelen moeten worden meegenomen.
Een RI&E gericht op gevaarlijke stoffen helpt om die situatie systematisch inzichtelijk te maken. In het RI&E voor gevaarlijke stoffen wordt niet alleen gekeken naar de aanwezigheid van chemicaliën, maar naar de omstandigheden waaronder medewerkers ermee werken. Vervolgens kan worden bepaald welke maatregelen nodig zijn om risico’s te beheersen.
Binnen Inrato is dit precies het uitgangspunt bij chemische veiligheid: eerst de bestaande situatie objectief inventariseren en vervolgens werken naar een praktisch en uitvoerbaar (verbeter)plan door een duidelijk en concreet Plan van Aanpak.
Voorkom bedrijfsblindheid bij gevaarlijke stoffen
Een van de grootste uitdagingen bij arbeidsveiligheid is bedrijfsblindheid. Bedrijfsblindheid houdt in dat de risico’s niet meer worden gezien, doordat het gebruik in het vaste patroon of werkwijze is gaan zitten. Wanneer een bepaalde werkwijze al jarenlang wordt toegepast, ontstaat er namelijk gemakkelijk het idee dat deze veilig is omdat er tot nu toe niets ernstigs is gebeurd. Bij blootstelling aan gevaarlijke stoffen is dat een zeer riskante gedachte.
Gezondheidseffecten hoeven immers niet altijd direct zichtbaar te worden en gezondheidsrisico’s voor werknemers wil je uiteraard ook op langer termijn zien te voorkomen. Het is daarom belangrijk om niet alleen naar incidenten te kijken, maar juist preventief naar risico’s.
Een objectieve risico-inventarisatie kan situaties zichtbaar maken die intern inmiddels als normaal worden beschouwd. Medewerkers spelen daarbij een belangrijke rol. Zij weten hoe werkzaamheden in werkelijkheid worden uitgevoerd, welke producten vaak worden gebruikt en waar praktische problemen ontstaan. Een tweede belangrijk gegeven om bedrijfsblindheid te voorkomen is het inschakelen van een onafhankelijke beoordelaar. Een specialistische onafhankelijke partij, zoals Inrato, kan met een objectieve blik de situatie beoordelen, terwijl de ervaring van de medewerkers ook meegenomen wordt.
Het objectieve blik in combinatie met de praktijkkennis is noodzakelijk om van een theoretische beoordeling naar daadwerkelijk risicobeheer te komen.
Begin niet bij persoonlijke beschermingsmiddelen
Wanneer een gevaarlijke stof wordt herkend als risico, is de eerste reactie vaak om direct handschoenen, maskers of andere persoonlijke beschermingsmiddelen in te zetten.
Dat kan onderdeel zijn van de oplossing, maar de beoordeling moet breder beginnen.
Er kan bijvoorbeeld worden onderzocht of een minder schadelijk alternatief beschikbaar is. Ook technische maatregelen, zoals goede ventilatie of afzuiging, kunnen de blootstelling verminderen. Daarnaast kunnen werkmethoden en de frequentie waarmee een stof wordt gebruikt opnieuw worden bekeken. Inrato is gespecialiseerd op dit gebied en kan daardoor met een open blik meedenken over alternatieven die beter bij de situatie op de werkvloer passen.
Dat voorkomt dat persoonlijke beschermingsmiddelen met mogelijke hoge structurele kosten en omslachtige handelingen een standaardoplossing worden voor een risico dat mogelijk al eerder in het proces kan worden beperkt.
Goede afzuiging is óók een investering in personeel
Investeren in chemische veiligheid wordt soms vooral als kostenpost bekeken. Daarmee wordt een belangrijk deel van het verhaal gemist:
Slechte luchtkwaliteit en ongezonde werkomstandigheden kunnen direct invloed hebben op de werkomgeving van medewerkers. Een goed afzuigsysteem of andere technische maatregel beschermt personeel tegen schadelijke stoffen en draagt daarmee bij aan een betere werkplek.
In een arbeidsmarkt waarin goed personeel waardevol is, verdient dat aandacht. Investeren in veilige arbeidsomstandigheden gaat daarom niet uitsluitend over voldoen aan verplichtingen. Het gaat ook over medewerkers gezond houden en een werkomgeving creëren waarin mensen willen blijven werken.
RI&E gevaarlijke stoffen geeft noodzakelijk inzicht
Een RI&E gevaarlijke stoffen maakt inzichtelijk waar risico’s daadwerkelijk ontstaan en welke verbeteringen nodig zijn. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de stoffen die aanwezig zijn, de manier waarop medewerkers ermee werken, mogelijke blootstelling en de bestaande beheersmaatregelen. Op basis daarvan kan een concreet Plan van Aanpak worden opgesteld.
Het belangrijke verschil zit in de vervolgstap!
Een inventarisatie zonder opvolging verandert de situatie op de werkvloer niet. Daarom moeten maatregelen praktisch uitvoerbaar zijn, moeten verantwoordelijkheden duidelijk worden vastgelegd en moet de voortgang worden gevolgd. De RI&E is daarmee geen einddocument, maar het vertrekpunt voor risicobeheersing.
Wacht niet tot een gevaarlijke stof een acuut probleem wordt
Bedrijven beginnen meestal te laat wanneer gevaarlijke stoffen uitsluitend als administratief onderwerp worden behandeld.
Een veiligheidsinformatieblad, stoffenregistratie of werkinstructie kan noodzakelijk zijn, maar zegt op zichzelf nog onvoldoende over de dagelijkse blootstelling van medewerkers.
De belangrijkste vragen liggen op de werkvloer:
- Hoe wordt het product werkelijk gebruikt?
- Hoe vaak gebeurt dat?
- Wie wordt eraan blootgesteld?
- Welke maatregelen zijn al aanwezig?
- En zijn die maatregelen in de dagelijkse praktijk voldoende?
Dat zijn vragen die idealiter worden gesteld vóórdat klachten, incidenten of externe controles aanleiding geven om de situatie opnieuw te bekijken.
Leendert Jan IJspeert, expert bij Inrato, benadert veiligheid vanuit precies dat praktische vraagstuk: niet alleen vaststellen dat er een risico bestaat, maar ervoor zorgen dat bedrijven weten waar het risico ontstaat en welke werkbare maatregelen nodig zijn om het te beheersen.
Voor organisaties betekent dat vooral: kijk verder dan de verpakking van de gevaarlijke stof. Kijk naar het werk dat ermee wordt gedaan.
Gevaarlijke stoffen beheersen begint op de werkvloer
Volgens Leendert Jan is de belangrijkste stap is uiteindelijk verrassend eenvoudig: “ga kijken!
Niet alleen naar de lijst met chemicaliën, maar naar medewerkers die ermee werken. Naar de werkplek, de ventilatie, de frequentie van gebruik en de instructies die in de praktijk worden gevolgd.”
Van daaruit kan volgens hem worden bepaald of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn en welke aanpak binnen de organisatie werkbaar is.
Inrato International ondersteunt organisaties bij chemische veiligheid, waaronder de inventarisatie van gevaarlijke stoffen, blootstelling aan gevaarlijke stoffen en het opstellen van een praktisch verbeterplan met Plan van Aanpak.
Wie blootstelling vroegtijdig inzichtelijk maakt, kan risico’s beheersen voordat ze uitgroeien tot een groter veiligheids- of gezondheidsvraagstuk.
Veelgestelde vragen over gevaarlijke stoffen op de werkvloer
Dit zijn chemische stoffen of producten waarmee medewerkers tijdens hun werkzaamheden in aanraking kunnen komen en die een risico voor veiligheid of gezondheid kunnen vormen. Bij de beoordeling is niet alleen belangrijk welke stof aanwezig is, maar ook hoe ermee wordt gewerkt.
Een stoffenlijst laat zien welke middelen aanwezig zijn, maar niet automatisch hoe groot de blootstelling van medewerkers is. Daarvoor moet ook worden gekeken naar werkzaamheden, gebruiksfrequentie en bestaande beheersmaatregelen.
Een RI&E gevaarlijke stoffen brengt risico’s rond het gebruik van chemicaliën en gevaarlijke stoffen binnen een organisatie in kaart. Op basis daarvan kunnen passende beheersmaatregelen en een Plan van Aanpak worden opgesteld.
Het is verstandig om blootstelling te beoordelen zodra medewerkers tijdens hun werkzaamheden met gevaarlijke stoffen in aanraking kunnen komen. Wachten totdat klachten of incidenten ontstaan, betekent dat mogelijke risico’s lange tijd onvoldoende zichtbaar kunnen blijven.
Een stof die incidenteel wordt gebruikt levert een andere praktijksituatie op dan een product waarmee iemand meerdere keren per werkdag werkt. Daarom is frequentie een belangrijk onderdeel van het beoordelen van blootstelling.
Ventilatie kan een technische maatregel zijn om blootstelling te beperken. Welke maatregel passend is, hangt af van de stof, de werkzaamheden en de omstandigheden op de werkplek.
Nee, ze zijn zelfs niet altijd noodzakelijk als er een beter alternatief is. Er moet dus breder worden gekeken naar mogelijke beheersmaatregelen, waaronder alternatieven voor een stof, technische maatregelen, aanpassingen in de werkwijze en persoonlijke bescherming.
Medewerkers weten hoe werkzaamheden in de praktijk worden uitgevoerd. Zij kunnen daardoor waardevolle informatie geven over gebruiksfrequentie, werkmethoden en situaties die in procedures of documenten minder duidelijk zichtbaar zijn.
In het Plan van Aanpak worden maatregelen vastgelegd waarmee geconstateerde risico’s worden beheerst of verminderd. Daarbij zijn duidelijke verantwoordelijkheden, haalbare termijnen en opvolging belangrijk.
Begin met een inventarisatie van de gevaarlijke stoffen en de werkzaamheden waarbij deze worden gebruikt. Breng vervolgens de mogelijke blootstelling en bestaande maatregelen in kaart. Een RI&E gevaarlijke stoffen kan helpen om dit gestructureerd te doen.

